Spreektekst Ton Elias plenair debat onderwijshuisvesting
en Arcus College

Spreektekst Ton Elias plenair debat onderwijshuisvesting en Arcus College d.d. 31-05-2012, zoals uitgesproken. NB bijgevoegde een tijdens het debat ingediende motie

Voorzitter. Ik begrijp dat de SP zich tegenwoordig bezighoudt met kabinetsvorming, interessant!

Het debat met de minister van Onderwijs betreft de besteding van zo’n 60 mln. aan een nieuw schoolgebouw door het Arcus College te Heerlen. Wij zijn altijd terughoudend als het over individuele gevallen gaat, maar vinden de uitzondering gepast als er wellicht een patroon onder zit. Daarover heb ik wel een paar vragen aan de minister.

Naar aanleiding van het programma Slag om Nederland van 23 januari werd duidelijk dat het Arcus College in Heerlen tot voor kort de rijkste roc-instelling in Nederland was met zo’n 60 mln. op de bank, althans volgens de gegevens die de minister verstrekt. Het programma maakte gewag van nog hogere bedragen. Hoe zit dat? Dit bedrag had het gespaard om grootschalige nieuwbouw te plegen. In de uitzending werden duidelijke vraagtekens gezet bij de noodzaak tot die nieuwbouw en de door het oppotten van geld veroorzaakte gebrekkige onderwijskwaliteit, zoals wordt beweerd. Onder meer Hans Duivestijn, oud-docent bij Arcus, geeft in het programma aan dat de school weliswaar de rijkste van Nederland was maar dat er niet werd geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs. Graag een reactie van de minister op de vraag hoe zoiets dan kan, want er is toch — wij hebben het er hier eerder over gehad maar ik vraag het nog even expliciet — een raad van toezicht? Er is toch de inspectie?

De minister zei tijdens het vragenuur op 24 januari dat het onderwijs bij het Arcuscollege “door de bank genomen” op orde is. Wat is dat, “door de bank genomen”? Het kan dus beter?

Voorts stelt die oud-docent in dat programma dat er weliswaar toezicht door de Inspectie van het Onderwijs is op te veel spaartegoeden maar dat er geen toezicht is op het bezit van vastgoed. Kan de minister toelichten of dat zo is en zo ja, waarom er dan eventueel geen of onvoldoende toezicht wordt gehouden op het vastgoedbezit van instellingen?

De VVD heeft het verzoek van de Partij van de Arbeid voor dit onderzoek gesteund, omdat duidelijk moet worden of er in dit geval sprake is van wanbestuur en zo ja, hoe dit dan wordt aangepakt. Ik benadruk nogmaals dat de VVD wil dat schoolbesturen hun financiële zaken op orde hebben. Helaas hebben sommige scholen dat niet. Dat is vaak het gevolg van een incompetente of zichzelf overschattende leiding. Dat moet echt veranderen. Zoals ik al meerdere keren in debatten en in de media heb aangegeven, vind ik dat er veel in het onderwijs valt te verbeteren, zonder dat er telkens een nieuwe zak met geld hoeft te worden neergezet. Maar dan dient het geld wel besteed te worden aan het onderwijs. Daarbij moet er één hoofddoel zijn: leerlingen goed onderwijs geven. Daarom heb ik vorig jaar oktober een motie ingediend — ik doe dat niet zo vaak — waarin ik het verzoek heb gedaan om financieel incompetente onderwijsbestuurders bij te scholen en, indien dit niet helpt, te vervangen. Helaas steunde een meerderheid van de Tweede Kamer deze motie niet. Ik kijk nu de heer Çelik aan en zeg hem dat hij deze motie wel had moeten steunen, als hij dit probleem tenminste zo belangrijk vindt. Ik zal straks een nieuwe poging wagen, omdat ik hoop dat de rest van de Kamer de tijd daarvoor inmiddels wel rijp acht.

Zoals ik vorige week in het algemeen overleg over Amarantis Onderwijsgroep al zei, laat de VVD er geen traan om als organisaties zinken. Ik wil wel dat het onderwijs aan leerlingen gewaarborgd is, maar ik wil niet kost wat kost, op kosten van de samenleving, grote organisaties overeind houden. Er moet wat gedaan worden tegen de volstrekte nonchalance waarmee financiële ontsporingen gelaten worden vastgesteld.

De heer Çelik en ik waren bij dezelfde bijeenkomst met toezichthouders. Wij zijn ons lam geschrokken van de inertie die daar in de zaal aanwezig was. De heer Van Dijk was daar ook bij. Wij hebben daar met z’n drieën vastgesteld dat het veel te langzaam ging en men niet serieus genoeg was in het houden van toezicht. Dat moet anders.

Ik wil nog één belangrijke nuancering maken. Ik vind het verkeerd als het idee ontstaat dat grote scholen die mooi architectonisch worden vormgegeven, per definitie verkeerd zouden zijn. Het is niet goed als wij alleen maar heel goedkope blokkendozen in Nederland neerzetten. Wij moeten echt niet doorschieten en doen alsof het allemaal op een koopje moet. Een schoolgebouw, een regionaal onderwijscentrum waar verschillende functies in zitten, mag best mooi vormgegeven zijn, maar wij moeten niet doorslaan, niet naar de ene en niet naar de andere kant.

Motie ingediend tijdens het debat

De Kamer gehoord de beraadslaging,

overwegende,

dat scholen en schoolbesturen met de zogeheten ‘lumpsum financiering’ sinds  respectievelijk 1991 (middelbaar beroepsonderwijs), 1995 (voortgezet onderwijs) en 2006 (primair onderwijs) een grotere eigen verantwoordelijkheid hebben voor de financiële inrichting rond het onderwijsproces;

dat daarbij van schoolbesturen en raden van toezicht goed financieel management en financiële deskundigheid verwacht mag worden;

constaterende,

dat te veel schoolbesturen hun financiële zaken niet of onvoldoende op orde hebben (ondermeer blijkend uit het rapport ‘Lumpsum PO in de praktijk’);

dat uit de vijfjaarlijkse evaluatie van de lumpsumbekostiging in het voortgezet onderwijs door het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven blijkt dat bijna de helft van de schoolbesturen de middelen voor materiële bekostiging ondoelmatig inzet;

verzoekt de regering om de Kamer voor 1 januari 2013 te informeren over de concrete resultaten van de met werkgevers in het primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs gemaakte afspraken die beweerdelijk leiden tot concrete ondersteuning voor schoolleiders en/of besturen die hun financiële taken onvoldoende aankunnen;

verzoekt de regering voorts om met deze werkgevers en raden van toezicht nader in overleg te treden om, waar het hier immers het beheer van publieke middelen betreft, financieel incompetente schoolleiders c.q. onderwijsbestuurders in een uiterst geval wanneer bedoelde ondersteuning niet tot verbetering leidt, te laten vervangen en de Kamer per onderwijssector voor 1 januari 2013 te informeren over de resultaten van zulk overleg;

en gaat over tot de orde van de dag.

Elias